Spiraaltjes

Spiraaltjes uitstekende contraceptie

 

Spiraaltjes hebben lang in een negatief daglicht gestaan als contraceptief middel, maar de tijden zijn veranderd. De laatste twee decennia hebben belangrijke ontwikkelingen spiraaltjes opnieuw op de voorgrond geplaatst als uiterst betrouwbare contraceptieve middelen met zeer weinig ongewenste effecten die bovendien geschikt zijn voor álle vrouwen, ook voor jonge vrouwen en voor vrouwen die nooit een kind gehad hebben. Spiraaltjes bedreigen ook op geen enkele manier de gezondheid of de toekomstige vruchtbaarheid van de vrouwen die ze gebruiken mits men enkele goede voorzorgen neemt.

Er zijn in de loop der jaren heel wat verschillende soorten spiraaltjes op de markt verschenen, telkens in een poging om het beter te doen dan diegene die reeds bestonden.

 

Soorten

De moderne spiralen kan men in 2 groepen indelen: koper-,en  hormoon spiralen. De keuze voor een spiraal hangt af van de baarmoeder (groot, klein, afwijkende vorm, enz.) en andere specifieke vereisten, bv. bij pijnlijke en overvloedige maandstonden, wanneer men een lange werkingsduur wenst, enz…

Koperspiralen



 Koperspiralen, zoals Multiload (zie afb), Nova-T, GyneFix (zie afb)  bestaan uit een kern in kunststof omwikkeld met een koperdraad of koperen ringen

De contraceptieve werking van koperspiralen is nog niet helemaal gekend. Men weet dat het koper zeer langzaam oplost. Men vermoedt dat de koperionen de beweeglijkheid van de mannelijke zaadcellen verminderen zodat deze nauwelijks of niet meer in staat zijn een eicel te bevruchten. Daarnaast verhindert het koper vermoedelijk ook de opbouw van het baarmoederslijmvlies. Er zijn ook aanwijzingen dat de slijmprop in de baarmoederhals taaier wordt zodat de zaadcellen er moeilijker doorheen kunnen.

Het koper blijkt alleen plaatselijk effect te hebben en wordt niet in verhoogde mate in het bloed opgenomen. Dat spiraaltjes het jonge embryo afdrijven wordt in diverse studies tegengesproken.

Koperspiralen veroorzaken tijdens de eerste maanden een lichte toename van de bloedingen,

maar leiden na verloop van tijd meestal tot een afname ervan.

 

Het meest eenvoudige koperspiraal, de GYNE-FIX(zie afb)  bestaat slechts uit een kunststofdraad met daar rond koperen ringen. Bovenaan zit een knoop waarmee het spiraal in de baarmoederwand bevestigd wordt. Bestaat tevens in twee lengtes naargelang de grootte van de baarmoeder

 

 

Hormoonspiralen

Bij hormoonspiralen bevat de stam een reservoir met een progestageen.

Dit hormoon komt zéér geleidelijk vrij. Ter vergelijking: uit een progesteronspiraal komt op 18 maanden tijd slechts evenveel progesteron vrij als uit een geel lichaam na de eisprong op één dag. Bovendien werken deze hormonen alleen lokaal. Ze hebben geen invloed op de controlecentra van de hormonenproductie in de hersenen, de eierstokken en de bijnieren. De normale productie van de lichaamseigen hormonen loopt dus gewoon verder.
De hormonen verhinderen de bevruchting vermoedelijk via 2 mechanismen, een taaiere slijmprop in de baarmoederhals en een onderdrukking van de opbouw van het baarmoederslijmvlies.
Daarnaast hebben ze ook bijkomende nuttige effecten. Door het remmen van de opbouw van het baarmoederslijmvlies nemen de bloedingen af. Tijdens de eerste maanden tot een jaar na de plaatsing kan er nog onregelmatig wat bloedverlies optreden, maar bij de helft van de vrouwen blijven de bloedingen na verloop van tijd zelfs volledig weg.
Hormoonspiralen hebben ook een verzachtend effect op pijnlijke maandstonden en bij nogal wat vrouwen doen ze de pijn zelfs volledig verdwijnen. Hormoonspiralen worden ook uitsluitend voor deze nuttige effecten gebruikt, ook bij vrouwen die geen behoefte hebben aan contraceptie.

Contraceptieve veiligheid

De betrouwbaarheid van de recente koper- en hormoonspiralen is zeer hoog. Algemeen genomen telt men minder dan 1 zwangerschap per jaar op 100 gebruiksters en bij de hormoonspiralen is het ongeveer zo klein als 1 op 1.000.
De betrouwbaarheid is groter dan deze van de pil. Dit is ook niet verwonderlijk. Bij de pil moet de vrouw er élke dag aan denken de pil in te nemen en dan liefst ook nog op hetzelfde uur. Bovendien kunnen toevallige omstandigheden (bv. braken) of andere geneesmiddelen en kruiden (bv. Sint-Janskruid) de werking van de pil ondermijnen. Dit is niet het geval bij het spiraal dat lokaal werkt en waar, bij een zorgvuldige plaatsing, verder nauwelijks nog aandacht aan besteed moet worden.

Tijdens het eerste jaar na de plaatsing is het contraceptieve effect van het spiraal wat kleiner, onder meer door het kleine risico op uitstoting. In sommige studies worden tijdens het eerste jaar van het pilgebruik tot 5 zwangerschappen per 100 gebruikers gevonden, maar tijdens de daarop volgende jaren neemt de betrouwbaarheid toe.
Recente gegevens wijzen ook uit dat de moderne spiralen een zeer lange werkingstijd hebben. Uit voorzichtigheid gaat men er nu nog van uit dat koper- en hormoonspiralen best elke 5 jaar vervangen worden. Er zijn echter aanwijzingen dat koperspiralen het tot 12 jaar kunnen uithouden en hormoonspiralen tot 8. De maximale veilige beschermingsperiode moet echter nog beter vastgelegd worden door bijkomend wetenschappelijk onderzoek.

Inbreng

Een spiraal kan in principe elke dag van de cyclus ingebracht worden, maar de voorkeur gaat uit naar de laatste dagen van de maandstonden. De inbreng kan namelijk gepaard gaan met lichte bloedingen, maar deze vallen op dat moment niet op. Bovendien is de baarmoederhals tijdens die dagen soepeler zodat de inbreng vlotter verloopt. De kans dat de vrouw op dat moment zwanger is, is ook zeer klein tijdens of onmiddellijk na de maandstonden.

De plaatsing moet zorgvuldig gebeuren, maar verloopt meestal vrij vlot. De inbrenghulzen voor de meeste moderne spiralen zijn vrij smal zodat de inbreng zelf doorgaans vrijwel pijnloos verloopt, zeker indien dit tijdens de maandstonden gebeurt. Eventueel kan kort voor de inbreng een pijnstiller ingenomen worden of kan een plaatselijke verdoving toegediend worden in de baarmoederhals.

Lange tijd werd gemeend dat spiralen een bijzonder risico vormden voor zogenaamde bekkeninfecties van de baarmoeder en de eileiders. Gevreesd werd dat de controledraadjes die tot in de vagina hangen, een ideale toegangsweg boden aan ziektekiemen. Deze vrees blijkt ongegrond. Het risico voor infecties van de baarmoeder en eileiders blijkt voor draagsters van spiralen niet groter te zijn dan voor de rest van de seksueel actieve vrouwelijke bevolking tenzij ze zeer wisselende seksuele contacten hebben. Het risico op zulke infecties blijkt dus vooral samen te hangen met seksueel risicogedrag, namelijk met het aantal seksuele partners en het gebruik van het condoom tegen de mogelijke overdracht van ziektekiemen.

Genitale infecties, onder andere met Chlamydia, met candida schimmels of andere abnormale bacteriën, vormen wel een ernstige belemmering voor de plaatsing en moeten eerst genezen zijn vooral het spiraal ingebracht mag worden. Hierop wordt dus vooraf gecontroleerd. Een infectie van de baarmoeder met Chlamydia breidt immers zeer gemakkelijk verder uit naar de eileiders en vormt door de ontwikkeling van littekenweefsel en vergroeiingen een ernstige bedreiging voor de toekomstige vruchtbaarheid.
De kans dat er door de plaatsing bij een gezond vaginaal milieu toch een infectie veroorzaakt wordt in de baarmoeder, is bij een zorgvuldige behandeling bijzonder klein. Eventueel kan deze kans nog verkleind worden door kort voor de plaatsing een antibioticum in te nemen. Dit is alleen aan te raden voor vrouwen met frequent wisselende seksuele partners die een verhoogd risico lopen op seksueel overdraagbare aandoeningen.

Indien men tijdens de eerste 2 weken na de inbreng last heeft van buikpijn die gepaard gaat met koorts, kan dit op een infectie wijzen. Men doet er goed aan dan onmiddellijk de arts te contacteren.

Controle

Er is een kleine kans dat het spiraal geheel of gedeeltelijk uitgestoten wordt. Deze kans is het grootst tijdens de eerste maanden en vooral tijdens de eerste menstruatie na de plaatsing. Vrouwen die een spiraal dragen doen er dus goed aan minstens één maal per maand te controleren of het er nog zit. Dit kan eenvoudig door met de vinger te controleren of men de controledraadjes nog kan voelen. De controle kan ook door de arts uitgevoerd worden, eventueel met een echografie indien de draadjes niet meer te zien zouden zijn.

Wanneer een spiraal uitgestoten werd, is de kans groot dat een tweede spiraal eveneens uitgestoten zal worden. Om dit te vermijden is een bijkomend onderzoek van de baarmoeder aangewezen zodat de keuze van een nieuw spiraal optimaal aangepast kan worden.

Een controleonderzoek door de arts na de eerste menstruatie is hoe dan ook aangeraden. Deze controle wordt vervolgens best om de 6 maanden tot 1 jaar herhaald, afhankelijk van de omstandigheden. Men doet er ook goed aan snel de arts te contacteren in geval van:
*    het uitblijven van de maandstonden;
*    tussentijds bloedverlies ;
*    abnormale pijn in de onderbuik ;
*    vaginaal verlies, zeker indien dit gepaard gaat met tekenen die op een infectie wijzen zoals een brandend gevoel, een misselijke geur, plasproblemen, enz. ;
*    de verdwijning van de controledraadjes ;
*    het uitzakken van het spiraal.

Felle pijn na de plaatsing

Een risico van de plaatsing van een spiraal is een doorboring van de baarmoeder. Dit gebeurt gelukkig slechts uiterst zelden. Ze kan te wijten zijn aan een onzorgvuldige handeling van de arts, maar ook aan toevallig bestaande zwakke punten of misvormingen van de baarmoeder die niet echt voorzien kunnen worden.

Indien men last heeft van abnormaal felle buikpijn tijdens de eerste weken na de plaatsing van een spiraal doet men er goed aan zo snel mogelijk de arts te contacteren.

Toch niet tevreden

Bij een beperkt aantal vrouwen veroorzaken de spiralen meer hinder dan verwacht en is dit een reden waarom ze deze laten verwijderen. De redenen voor de grotere klachten zijn echter niet altijd helemaal duidelijk.
Bovendien nemen de klachten, bij de koperspiralen, na enkele maanden meestal af. Dit betekent dat men er goed aan doet even af te wachten hoe de klachten evolueren. Soms kan het gebruik van eenvoudige pijnstillers of ontstekingsremmers voldoende zijn om de extra hinder tijdelijk te overwinnen tot er beterschap optreedt. Is dit niet het geval, dan kan het spiraal alsnog verwijderd worden.

Verwijdering

De verwijdering van een spiraal stelt, net zoals het inbrengen ervan, weinig problemen. De hinder en pijn die veroorzaakt worden, hangen onder meer af van de vorm van het spiraal en het moment van de verwijdering. De periode kort voor en tijdens de maandstonden is daartoe het meest geschikt. De arts kan meestal met een klem de controledraadjes vastgrijpen en het spiraal langzaam naar buiten trekken.
Wanneer het spiraal aan het einde van zijn werkingstermijn is en daarom verwijderd wordt, kan het onmiddellijk vervangen worden door een nieuw spiraal.